I got trails in my head and they won’t go!

October 4, 2016

 

 

 

 

 

 

26 september 2016,  precies een maand geleden stond ik aan de start van de Ultra Trail du Mont Blanc, de UTMB. Het lijkt inmiddels een eeuwigheid geleden, maar toch kan ik mij nog ieder moment hiervan herinneren.

 

 

 

26 augustus 2016, 17h50. Weldra komt het moment waarop 2500 lopers maandenlang  hebben gewacht, het inzetten van Conquest of Paradise, het officieuze volkslied van de UTMB. Bij de eerste tonen, begint iedereen te juichen, 2500 lopers uit 87 landen . Het grote trailfeest waar iedereen zo lang naar heeft uitgekeken gaat beginnen. Juist voordat Conquest of Paradise zijn muzikale hoogtepunt bereikt, klinkt er 5,4,3,2,1 en als jonge veulens op een mooie lente avond begeven de conquistadores van de UTMB zich door de straten van Chamonix.  

 

De eerste kilometers zijn ongelofelijk, zoveel mensen langs de kant van de weg. Kinderen willen allemaal high fives geven aan de lopers, fantastisch! Hier en daar lopen een paar botte boerentrailers die systematisch de kinderen negeren die hun hand hebben opgestoken.

 

Na een km of drie breekt het zweet mij al aan alle kanten uit. Het is al een week of twee 30 graden en dit weekend gaat het niet anders zijn. Niet echt mijn weer, maar als ultraloper moet je het aanpassingsvermogen van een kameleon hebben  en vooral niet zeuren, maar lopen. Maar na een km of 5 a 6 wordt het me te echt te gortig en stroomt het zweet werkelijk in mijn bilnaad.  Dit is niet goed bedenk ik mij. Met mijn hand tast ik naar mijn achterwerk en inderdaad is er iets mis. Het is ook geen zweet, maar mijn camelback is lek! Een lekker begin van de UTMB. Gelukkig reken ik nooit voor 100% op de camelback en heb ik ook een nog een bidon en een aantal softflasks bij me. Maar deze 1,2 liter met dit weer toch wel kostbaar vocht stoomt nu via mijn achterwerk naar de grond. Toch heeft het ook zijn voordelen en heb ik nu een lekker fris achterwerk. Maar mijn twee liter water is in een klap gereduceerd naar 0,7 liter.

 

Eerste verzorging, Les Houches. Wat een enthousiast volk hier! Ik doop Les Houches dan ook meteen om tot Alpe du Houches. Dit is het Alpe d’Huez van de UTMB. De high fives zijn weer  niet te tellen. Dit had ik niet verwacht. Het lopen gaat hier vanzelf. Ik verlies hier niet veel tijd en besluit om mijn eerste echte pauze in Saint Gervais te houden op km 21. Om hier te komen moeten we eerst vanuit Les Houches een eerste beklimming aangaan (ca. 800 hm). Aan het begin van de beklimming hebben een aantal Japanners een extra verzorging ingericht met water en lekkernijen. Ik hoor een Japanse dame enorm schreeuwen, Aribo, Aribo, Aribo… Ik ga ervanuit dat dit een of andere Japanse strijdkreet is om de lopers aan te moedigen. Op het moment dat ik deze giga enthousiaste dame passeer duwt zij mij een van alles toe. Op dat moment begrijp ik ook pas wat zij aan het roepen was. Mijn hand is namelijk gevuld met heerlijke Haribo snoep! Het was dus geen strijdkreet, maar deze dame was als een waardige marktvrouw haar waar aan het aanbieden.  Vanaf dat moment is ‘Haribo, Haribo’ mijn persoonlijke strijdkreet voor de rest van de UTMB.

 

Juist voor het invallen van de duisternis, daal ik af naar Saint Gervais.  Hier ga ik even een kwartiertje de tijd nemen om rustig wat te eten en drinken. Hier neem ik ook mijn eerste bouillon soep, er zullen er nog vele volgen. Bij uit verlaten van het dorp wordt ik plots achtervolgd door een Belgische vlag… met de familie van mede-UTMB’er Kurt Peeters erachter. Nog even een fotomomentje. De volgende 10 km gaan heerlijk soepeltjes naar Les Contamines. De eerste grote verzorging. Hoppa, weer een kopje bouillonsoep! Ook stuur ik even een sms’je naar mijn echtgenote dat alles goed gaat en waar ik zit. Ik heb wel een  Legendstracker bij me, zodat mijn familie constant  kan zien waar ik ben op het parcours, maar we hadden afgesproken om op grote rustplaatsen even contact te hebben. Aangezien ik in een heerlijk ritme loop, besluit ik hier niet al te lang te stoppen, wederom een kwartiertje.

 

Vervolgens wordt het tijd om echt te gaan klimmen. Eerst lopen we omhoog over een kruisweg. Alleen hier bovenaan geen Jezus Christus, maar een enorme feesttent met een dito sfeer. Het ziet ernaar huis dat de feestgangers voorlopig nog niet naar huis gaan. Na de feesttent draaien we rechts een smaller pas op en gaat de klim naar 2400 m hoogte echt beginnen.

In een heerlijk tempo gaan we richting de Col du Bonhomme. Het is niet al te druk waar ik loop, dus kan lekker mijn eigen tempo omhoog lopen. Ook nu nog, op de late avond is de temperatuur heerlijk en meer dan een t-shirt hoef je niet aan te doen. Onderweg nog een kleine pauze bij La Balme, waar, uiteraard, een bouillon wordt genuttigd. Na een beetje op en af bovenop Bonhomme gaat het steil naar benden richting Les Chapieux.  De afdaling  is een km of 5 lang, maar in het donker is alle concentratie vereist. Om 02:00 bereik ik Les Chapieux en eigenlijk ben ik blij dat ik beneden ben. Met afdalen heb ik geen moeite maar in het donker is het toch weer een heel ander vak. In Les Chapieux worden de rugzakken systematisch gecontroleerd. Een goede zaak, maar ik vraag me af hoe de toplopers hier doorheen komen, sommige met formaat rugzakjes waar nooit alles in kan passen.  Maar soi, ik heb alles bij me en kan meteen de volgende beklimming aanvatten. Het eerste stuk gaat vals plat omhoog. Dat blijft lastig, je moet hier altijd een keuze maken, blijf ik lopen of ga ik over naar wandelen. En vals plat is niet altijd vals plat. De ene keer is het dan weer net te steil om te lopen en de andere keer is het weer te vlak om te wandelen. Vals plat is een gegeven waar je een hele studie over kunt houden. Een ding is zeker, blijf je te lang doorlopen  op een stuk dat net te steil is om te lopen, kom je gegarandeerd op de spreekwoordelijke koffie .  Na een paar kilometer komt er een einde aan mijn oneindige dilemma en gaat het gewoon steil omhoog, richting Col de la Seigne.. Bovenop La Seigne is het kort naar beneden om vervolgens nog eens omhoog te gaan naar  Col des Pyramides Calcaire op 2563 meter hoogte het hoogste punt van de UTMB. Een kort stukje van een km of 2 maar oerlastig. Het laatste stuk gaat over grote keien en stukjes sneeuw. Boven aangekomen komt mijn vrees uit en krijgen we ook een afdaling over grote keien en dat in het donker. Als je persé je enkels wilt breken, moet je hier zijn. Hier doe ik rustig aan, zoals de meeste lopers, uitgezonderd van een paar kamikaze trailers die er werelijk alles aan doen om hun enkels te breken…

 

Blij om uiteindelijk aan te zijn gekomen in bij Lac Combal (oftewel een koud tochtgat in de middel of nowhere) eet ik spantaan weer een kop bouillon om de goede afloop van deze enkelbreker te vieren. Vervolgens gaat het verder richting Courmayeur op km 80 en dus halverwege deze UTMB. Maar de klim die tussen mij en Courmayeur ligt is adembenemend mooi. Inmiddels begint het langzaam aan weer licht te worden en als wij de vallei uitstijgen zien we links een enorme donsdeken van wolken met er in een aantal eenzame bergtoppen.  Om 08:30 loop ik Courmayeur binnen en kijk uit naar het weerzien met vrouw en kinderen. In Courmayeur neem ik zo’n driekwartier de tijd om even op te laden. Een paar verse sokken en shirt maken veel goed. Verder pasta, cola, chips, kaas en bouillon.. wat kan een mens daar van genieten.

 

Na Courmayeur gaat het echte werk beginnen. Het gaat hier meteen omhoog richting Refuge Betone. De temperatuur gaat hier gigantisch de lucht in en alsof het nog niet erg genoeg, lekker veel open stukken zonder schaduw. Naast lopen is koelen de enige andere belangrijke bezigheid. Na Refuge Betone, blijven we op hoogte maar haast alles zonder schaduw. Ieder gletsjerstroompje dat ik tegenkom gebruik ik om te koelen en te drinken. Met temperaturen tot 30 graden is het voor mij gewoon zien te overleven en na een korte afdaling bereiken we Arnouvaz na zo’n 96km. Wat anders kan ik hier doen dan wat bouillon tot mij te nemen. Na Arnouvaz gaat het van kwaad naar erger. Steil en bloedheet. Vanaf Arnouvaz is het zo’n 4 km klimmen tot Grand Col Ferret, maar ik heb er 2 uur de tijd voor nodig. Er zijn hier onderweg maar weinig koelmogelijkheden. Hier heb ik mijn eerste echt lastige moment. Er lijkt maar geen eind te komen aan deze klim. Boven aangekomen staat iemand met de mededeling dat hier geen water is. Je zult eerst 4km moeten afdalen. Toch ga ik hierboven 5 minuten  zitten om even tot mijn positieven te komen. Ik heb er nu precies 100 km opzitten. Ik weet dat de komende 25 km  tot Champex relatief gemakkelijk worden en hoewel ik het enorm zwaar had het laatste stuk, begin ik nu toch al te beseffen dat de finish halen reëel is. Na Champex gaan we ook weer de nacht in en ben ik weer af van mijn grootste obstakel van de UTMB, de warmte. Maar goed, eerst op naar Champex en dit stuk is inderdaad het gemakkelijkste stuk van de UTMB. Als ik even bijtank in La Fouly (het is nu ongeveer 15:00) roept de speaker van dienst om dat de eerste loper net is aangekomen in Chamonix. Zo, die heeft in dezelfde tijd dus even 60km meer gelopen dan mij. Tot een km of vier voor Champex is het heerlijk genieten met veelal een parcours dat langzaam omlaag loopt. In tegenstelling tot vals plat omhoog is vals plat omlaag eigenlijk een moment van optimaal genieten. In Champex wordt ik wederom opgewacht door vrouw en kinderen. Wat kunnen wij verwachten in Champex naast koffie, chocolade, chips, koekjes, brood en cola? Juist, Bouillonsoep!!

 

Na een half uurtje pauze is het tijd om verder te gaan  richting Vallorcine op km 150. Een punt waar ik naar uit kijk, want de verzorging van Vallorcine ligt precies achter het appartement waar wij 2 weken verblijven. Dat wordt eigenlijk een soort van thuiskomen. Als ik de tent uitloop denk ik eerst dat ik het niet goed gehoord heb… dan kan niet waar zijn…maar dan weer en ja hoor in de verte begint het te donderen. Och ja, één donder brengt nog geen onweer, dus op naar de volgende verzorging Triente. Om hier te komen moet er eerst weer flink geklommen worden.  Vol goede moed vertrek ik weer vanuit Champex. De benen voelen heerlijk en ik kan een soepele looppas aanhouden, het eerste stuk gaat niet echt omhoog.  Ik ben nog niet het dorp uit of de eerste regendruppels beginnen zich te voelen. Niets aan de hand, want met 25 graden is dit heerlijk verfrissend. Het gedonder houdt een beetje aan in de verte. Voor mij loopt een groepje Aziaten die na twee  regendruppels meteen regenjas en broek aantrekken. Ongelooflijk hoe ze daarmee kunnen lopen met deze warmte. 10 minuten later houdt de regen op en kunnen ze alles weer in de rugzak stoppen, verloren tijd mijns inziens. Na een km of 5 gaat de echte klim beginnen. Halverwege de klim breekt plotseling een  noodweer uit. Inmiddels donker en in het bos, zagen we dit niet aankomen. Ik kan snel mijn regenjas aandoen, want de temperatuur zakt in een keer als een baksteen naar beneden. Zou graag ook mijn regenbroek aandoen, maar op deze plek is dat geen doen. Dus gewoon doorgaan. Het pad dat er de hele dag  kurkdroog heef t bijgelegen is in een keer veranderd in een rivier. Zo snel kan het gaan in de bergen. De bliksem slaat aan alle kanten om ons heen en verlicht af en toe de donkere omgeving om ons heen.  Er zou een kleine tussenpost in la Giète moeten zijn en opdracht nu is om daar zo snel mogelijk te komen. We lopen met een man (c.q. vrouw) of vier bij elkaar en iedere communicatie is in deze storm onmogelijk. Bij la Giète staat inderdaad een klein tentje, juist ruim  genoeg voor ons vieren en dus kunnen we hier onze regenbroek aantrekken. Het tentje staat vol in de wind, dus verder hier stilstaan heeft geen enkele zin en het is dus van belang om zo snel mogelijk door te stoten naar de grote verzorging in Triente. Vlak voor Triente gaat de storm liggen en als een natte dweil in droog weer komen we aan. Hier niet te veel tijd verliezen, beetje eten en regenkleding in de rugzak en op naar Vallorcine. Tussen Trient en Vallorcine hoeven we enkel de klim naar Catogne (2000m) te overwinnen, de enige beklimming op het parcours die ik al verkend had. Van deze beklimming weet ik dus dat vooral de afdaling lastige stukken heeft met vervelende keien. Hier dus geen risico’s nemen en om een uur of 3 in de nacht kom ik aan in Vallorcine. De kinderen staan me al op de wachten in pyjama en slaperig gezicht. Vanzelfsprekend is hun begroeting ditmaal iets minder enthousiast.  Nieuwe sokken, nieuw shirtje en zelfs mijn natte schoenen worden vervangen en dan snel op naar de laatste 30km van deze race. Deze gaan nog allesbehalve gemakkelijk worden. Via een licht oplopende klim naar Col des Montets gaat het nog eens steil omhoog naar La Tête aux Vents. Een enorm lastige keienklim die ook nog eens in het donker bedwongen moet worden. In de hoogte zie ik allemaal kleine lichtjes, OK dus daar moeten we nog helemaal naar toe. Zo’n twee uurtjes later en slechts vier km verder ben ik boven gekomen op de laatste beklimming van de UTMB op een hoogte van 2127m. De Tête aux Vents doet net als de Mont Ventoux zijn eer aan en er staat een stevig en vooral fris briesje. Inmiddels ben ik de enige die nog in een shirt rondloopt, al de rest heeft toch wel een extra jasje aangedaan. Toch weiger ik om nog eens naar mijn jasje te gaan grabbelen in mijn rugzak. Ik heb er gewoon geen zin meer in. Dit leidt wel tot verbaasde blikken van andere lopers maar vooral van vrijwilligers boven die zijn ingepakt ware het al winter. Hulde aan deze vrijwilligers, want aan de tentjes te zien bivakkeren zij enkele dagen hierboven. Via een panoramaweg gaat het naar de allerlaatste controlepost La Flegère op 1856m, het is een beetje hollen en stilstaan op dit pad en hardlopen kost veel moeite op dit moment. Vanaf Flegère stuur ik nog een sms’je naar de familie dat ik de laatste afdaling ga inzetten.  Vanaf hier is het nog een km of 7 maar veel hardlopen zit er niet meer in, zeker niet op de paadjes met keien en boomwortels. Diverse mensen halen me dan ook nog in en dan na een kleine 39 uur lonkt het asfalt van Chamonix!! De stokken gaan definitief de rugzak in en ik zet weer een mooie looppas in. Ik weet zowaar nog een km in 5 minuten te lopen. Dan komt het grote moment waar ik 39 uur voor gelopen heb, mijn kinderen wachten me al op zo’n 500 meter voor de finish en dan is de heilige graal van het Europese trailen in de pocket!!  Ongelooflijk dat het gelukt is, iets waar ik twee jaar geleden enkel maar van kon dromen.

 

En omdat stilstand achteruitgang is, heb ik me inmiddels een maand na de UTMB weer ingeschreven voor 3 nieuwe uitdagingen, de 100 mijl van The Bello Gallico in december, de 100km Dutch Coast Ultra Run by Night en als spreekwoordelijke kers op de taart: de Legends Trail 250km. Deze laatste lijkt mij op dit moment een onmogelijke opgave, maar dat was de UTMB ook en uiteindelijk zit het succes van een ultratrail voor 50% tussen je oren.  I got trails in my head and they won’t go…

 

 

 

 

 

 

 

Please reload

RECENT POSTS:
SEARCH BY TAGS:

January 9, 2019

Please reload